8 januari 2009

Kritiek op EU en op Nederland in gasconflict

De krantencommentaren zijn tamelijk kritisch over de opstelling van de EU in het gasconflict, maar ook de rol van Nederland blijft niet buiten schot.
De kritiek op Europa betreft steeds het ontbreken van een gemeenschappelijk energiebeleid.
De Volkskrant vindt dat het voor de EU tijd wordt ’vaart te zetten achter een gemeenschappelijk energiebeleid, met meer nadruk op de verdere ontwikkeling van duurzame energiebronnen. (...) Bij dit gasconflict hoeft Europa zich niet kleiner te voelen dan het is. (...) Als grote afnemer en als uitgelezen leverancier van know-how en kapitaal voor de broodnodige modernisering van de Russische olie- en gaswinning staat de EU beslist niet met lege handen.’
Het Financieele Dagblad: ’Het is evident dat bij een machtsconcentratie aan de aanbodkant het van levensbelang is om ook de handen ineen te slaan aan de vraagkant. Dat gebeurt helaas niet. Het is ieder voor zich in Europa. Van een gezamenlijk energiebeleid is geen sprake. Dat is een gemiste kans, omdat de 27 landen van de Europese Unie een sterke onderhandelingspositie zouden hebben ten opzichte van Rusland en andere dominante gasleveranciers.’
NRC Handelsblad: ’Energie is bij uitstek een vraagstuk waarbij de Europese Unie als collectiviteit sterker is dan de optelsom van alle lidstaten. Gezien hun soms solistische optreden en bilaterale overleggen zijn de landen van de Europese Unie daarvan onvoldoende doordrongen. Aan gemeenschappelijke energiedoelstellingen is geen gebrek; nu nog gemeenschappelijke daadkracht.’
Het Brabantgs Nieuwsblad/De Stem: 'Europa kijkt nog altijd machteloos toe hoe de energievoorziening wordt bedreigd door stijfkoppige Russen en Oekraïners. (...) Voor noodsituaties als deze heeft de EU echter geen rampenplan in de la liggen. (...) Europese solidariteit? Op papier ja, maar de Commissie kan landen met een ruime gasvoorraad (zoals Nederland) nu niet verplichten een deel daarvan af te staan aan bijvoorbeeld Bulgarije, dat nu nagenoeg zonder zit. De besluitvorming is zo gefragmenteerd dat het nog weken kan duren voordat noodmaatregelen op tafel liggen. Dan is deze crisis wellicht voorbij, de oorzaak niet.'
Het Financieele Dagblad kapittelt wat dat betreft met name Nederland en Duitsland. ’Ondertussen hebben Nederland en Duitsland de afgelopen jaren politiek en financieel fors geïnvesteerd in een hechte band met Rusland. De Nederlandse en Duitse regering zijn niet bereid deze verworvenheden in te brengen in een gezamenlijke Europese energie-unie. (...)  Dat is een gemiste kans. Nu zitten bedrijven en huishoudens in Oost-Europa op een gasrantsoen. Niet dat een gezamenlijk Europa dat zou kunnen voorkomen, maar de kans zou wel kleiner zijn. Europa zou zelf meer het voortouw kunnen nemen bij het aanleggen van meerdere pijpleidingen vanuit Rusland. Ook zou Europa veel effectiever kunnen opereren bij het aantrekken van alternatieve gasleveranciers in het Midden-Oosten en Afrika.’
Ook de Volkskrant verwijst naar de opstelling van Nederland: ’In elk geval is het van belang dat landen van de Europese Unie niet langer op een holletje naar Moskou gaan om afzonderlijke akkoorden te sluiten.’
Het Financieele Dagblad vindt dat Nederland zich meer op de EU moet richten. ’De dagen van Nederland als belangrijk gasland zijn geteld, het wordt tijd voor aansluiting bij Europese landen die afhankelijk zijn van import. Dat is Nederland op termijn ook. Nederland kan in zijn eentje de tekorten in de rest van Europa niet opvangen, maar als teken van eenheid en solidariteit zou Nederland de gaskraan wel wat ruimer open kunnen draaien. Uit welgemeend eigenbelang, om te voorkomen dat Nederland zelf ooit in de kou wordt gezet.’

 

 

Bron:
Het Financieele Dagblad, 8 januari 2009 (commenntaar)
De Volkskrant, 8 januari 2009 (commentaar)  
NRC Handelsblad, 6 januari 2009 (commentaar)
BN/De Stem, 8 januari 2009 (ook gepubliceerd in andere GPD-bladen)

 

 

terug

 

 

Het energienieuws op deze site is uitsluitend geselecteerd naar journalistieke criteria.
De selectie is geen uitdrukking van standpunten van de Energieraad.