Friesch Dagblad: 'Wind-op-land is falend beleid'
Het Friesch Dagblad keert zich in een hoofdredactioneel commentaar tegen het falende beleid rond windenergie op land. De aanleiding is het concentratieplan van VROM.
Hoofdredactioneel commentaar Friesch Dagblad
>> Nederland dreigt ook eens voorloper te worden op een aspect van duurzaamheid - het kan verkeren. Er zijn namelijk plannen voor een enorme uitbreiding van het aantal windmolens, in een beperkt aantal gebieden. Hierdoor ontstaan concentraties aan windmolenparken, met in totaal zon zevenhonderd molens, die nergens in Europa worden gevonden.
De nieuwe molens, van zon 120 meter hoog, moeten bij elkaar zon drieduizend megawatt aan stroom leveren. Ter vergelijking: er staan nu zon tweeduizend molens, die bij elkaar tweeduizend megawatt leveren.
De plannen zijn ontwikkeld door het ministerie van VROM en zijn bedoeld om een impuls te geven aan het stokkende beleid ten aanzien van opwekking van duurzame energie. Een van de prikkelende aspecten van het rapport is dat door de concentratie van windmolens grote delen van Nederland kunnen worden ontzien - er dus geen verrommeling van het landschap optreedt. Want het oprichten van windmolenparken maakt het mogelijk de plaatsing van vrijstaande molens te voorkomen. Deze zorgen in de beleving van velen voor verrommeling van het landschap. De getroffen gebieden - waaronder Noordwest Fryslân - krijgen een ander karakter, namelijk dat van een windmolenlandschap - een beeld dat we in Nederland en in Europa nog niet kennen.
De plannenmakers bedachten criteria op grond waarvan een gebied wel of juist niet in aanmerking komt voor het oprichten van de windmolens. Een van de criteria voor uitsluiting van een park is of het gebied een hoge landschappelijke betekenis heeft, zoals natuurgebieden. Interessant is dat in het rapport onderscheid wordt gemaakt tussen productielandschappen en consumptielandschappen. Een voorbeeld van dat laatste is het Friese merengebied.
Het is duidelijk dat er weerstand komt tegen de inhoud van het rapport. De toepassing van de criteria gaat wringen voor die gebieden die zijn aangewezen als mogelijke vestigingsplaats - dat is voorspelbaar.
Nederland kent al geruime tijd een falend energiebeleid, ook als het gaat om windenergie. Het heeft niet alleen ontbroken aan een beleid met visie - zoals dat in bijvoorbeeld Denemarken is ontwikkeld - maar er is ook veel twijfel over het nut van de molens. VVD-leider Rutte vatte dat ongeloof en de weerzin tegen windmolens samen in een van zijn one-liners in verkiezingstijd: windmolens draaien op subsidie.
De opvatting van Rutte deelt hij met velen. Naast een lobby van vooral enthousiaste voorstanders - die niet altijd goed kunnen rekenen - is er een lobby van tegenstanders - die ook niet altijd goed kunnen rekenen. Die situatie is tekenend voor de constatering dat Nederland geen goed duurzaamheidsbeleid heeft. Er is geen heldere, eensluidende visie op de manier waarop gerekend wordt. Overigens ook niet bij de VVDers - en bij anderen - die gaan voor kernenergie. Maar wat vooral telt is dat er in Nederland geen gedeelde visie is op de vraag hoeveel duurzame energie mag kosten, uitgaande van de politieke werkelijkheid dat in 2020 dertig procent van de electriciteit duurzaam moet worden opgewekt.
Deze week wordt het rapport besproken met onder anderen vertegenwoordigers van provincies. Tot besluiten nemen komt het niet; het onderwerp is een zaak van het nieuwe kabinet. Het rapport van VROM moet de discussie en de beleidsvorming stimuleren. Dat is een goed uitgangspunt om nu eindelijk eens op volwassen wijze om te gaan met enerzijds de wens tot opwekking van schone energie en anderzijds met de maatschappelijke bezwaren tegen windmolenlandschappen. Maar het is jammer dat het rapport wordt gepubliceerd in een tijd van politiek-bestuurlijke windstilte - een betere omstandigheid om opnieuw niet tot een volwassen discussie te komen is er niet. <<
Bron:
Friesch Dagblad, 21 juni 2010