25 maart 2010

MER-oordeel Windpark Noordoostpolder (Urk) positief

De commissie voor de milieueffectrapportage heeft woensdag een positief advies uitgebracht over het milieueffectrapport (MER) Windpark Noordoostpolder (nabij Urk).
 

 

Persbericht Commissie voor de milieueffectrapportage
>> Milieueffecten Windpark Noordoostpolder goed beschreven
Het milieueffectrapport (MER) voor het Windpark Noordoostpolder geeft een goed beeld van de effecten van alternatieve opstellingen op o.a. aanwezige natuurwaarden, het landschap en de leefomgeving. Dat schrijft de Commissie voor de m.e.r. in het advies dat zij vandaag uitbracht aan een aantal overheden. De Koepel Windenergie Noordoostpolder wil langs de dijken van de Noordoostpolder een windpark van circa 90 windturbines met een totaal vermogen van maximaal 450 MW realiseren. Het gaat om drie binnendijkse opstellingen en drie opstellingen in het IJsselmeer. Het MER vergelijkt de milieueffecten van lijnopstellingen van windturbines met een hoog vermogen (5-8 MW) versus windturbines met een lager vermogen (circa
3 MW) en verschil in afstand tussen de turbines.
Een deel van de turbines wordt in het Natura 2000-gebied IJsselmeer geplaatst. Hierdoor gaat leef- en foerageergebied van watervogels verloren. Het MER maakt voldoende aannemelijk dat deze watervogels kunnen profiteren van de ondiepe, windluwe zone die achter de zogenaamde scheepvaartveiligheidsvoorziening in het IJsselmeer gecreëerd wordt. Uit monitoring zal moeten blijken of de beoogde natuurwaarden zich ook daadwerkelijk ontwikkelen.
De visualisaties geven een goed beeld van het aangezicht en de zichtbaarheid van het windpark. Duidelijk is dat alle onderzochte alternatieven gevolgen hebben voor het landschap en de leefomgeving. Het aspect landschap blijkt echter weinig onderscheidend voor de verschillende opstellingen.
Voor het leefmilieu geldt daarentegen dat de binnendijkse opstellingen met windturbines uit de lagere vermogensklasse leiden tot een lagere geluidsbelasting en minder slagschaduw dan de opstellingen met windturbines uit de hogere klassen. Daar staat een lagere energieopbrengst tegenover.
Tenslotte concludeert het MER terecht dat alle alternatieven, zij het met maatregelen voor de grotere windturbines zoals het voor korte tijd stilzetten van windturbines, aan de normen kunnen voldoen. <<

 

 

Waar komen de molens?
 

 

 

 

 

 

 

Bron:
Commissie m.e.r., 24 maart 2010  
Advies en informatie over dit project (website Commissie m.e.r.)
 

 

 

 

terug

 

 

Het energienieuws op deze site is uitsluitend geselecteerd naar journalistieke criteria.
De selectie is geen uitdrukking van standpunten van de Energieraad.