'IPCC-voorzitter schaadde klimaatdiscussie en moet opstappen'
Drie onderzoekers uit drie landen schrijven dat IPCC-voorzitter Rajendra Pachauri moet opstappen. Hij heeft afbreuk gedaan aan de geloofwaardigheid van de IPCC, schrijven zij. Op de opiniepagina van NRC Handelsblad is een uitvoerige brief opgenomen van Richard Tol (Dublin/Amsterdam), Roger Pielke Jr (Boulder) en Hans von Storch (Hamburg).
Uit de opiniebijdrage in NRC Handelsblad
>> VN-klimaatpanel moet drastisch hervormen
(...) De afgelopen weken hebben we gezien dat zich in rap tempo een vertrouwenscrisis heeft ontwikkeld op het terrein van de klimaatwetenschap. Na de ongeautoriseerde vrijgave van een reeks e-mailtjes van de Universiteit van East Anglia, waarin klimaatwetenschappers zich niet van hun beste kant lieten zien, is er nu sprake van een stortvloed van aandacht voor fouten in officiële rapporten en beschuldigingen van belangenverstrengelingen. De crisis draait om het zogenoemde Intergouvernementele Panel over Klimaatverandering (IPCC), dat is opgericht door het Milieuprogramma van de Verenigde Naties en de Wereld Meteorologische Organisatie, en zijn voorzitter, Rajendra Pachauri. Zonder aanzienlijke institutionele hervormingen lopen het IPCC en de klimaatwetenschap in het algemeen meer risicos dan alleen een slechte pers. Ook de geloofwaardigheid en het vertrouwen staan inmiddels op het spel. (...)
De tekortkomingen van het IPCC worden geïllustreerd door het gedrag van Rajendra Pachauri, voorzitter van de organisatie sinds 2002. De afgelopen maanden heeft Pachauri zich laten verleiden tot het openlijk geven van politieke adviezen, door bijvoorbeeld op te roepen tot het eten van minder vlees en de Amerikaanse regering te vragen haar klimaatbeleid te intensiveren. Hij heeft zijn steun verleend aan een doelstelling van 350 ppm (parts pro million, delen per miljoen) voor de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer, ondanks het feit dat het IPCC zich daar niet over heeft uitgelaten. Als wetenschappelijk adviseur moet je jezelf er soms van weerhouden betrokken te raken bij de politieke processen waarover je adviseert. We verwachten dat ook van inlichtingendiensten die het leger adviseren, of van medici die overheden over gezondheidszorg en veiligheid adviseren.
Toen er via een inbraak e-mailverkeer in de openbaarheid kwam van de Universiteit van East Anglia, bleek daaruit onder meer de intentie van IPCC-auteurs om IPCC-procedures te schenden. Pachauri heeft in eerste instantie gezegd dat er niets aan de hand was, vervolgens een onderzoek aangekondigd en dat uiteindelijk weer geschrapt.
Toen het jongste rapport van het IPCC meldde dat in 2035 alle gletsjers in de Himalaya verdwenen zouden kunnen zijn, met grote gevolgen voor de watertoevoer in Zuid-Azië, leidde dat over de hele wereld tot grote krantekoppen. Deze voorspelling bleek een grove vergissing te zijn. Er was sprake van een ernstige schending van de eigen onderzoeksnormen van de organisatie. Toen de vergissing naar buiten kwam, verklaarde Pachauri aanvankelijk dat het IPCC geen fouten maakt en viel hij de mensen aan die het daar niet mee eens waren, totdat het gewicht van het bewijsmateriaal hem ertoe noopte de vergissing alsnog toe te geven. Een andere wetenschapper van het IPCC beweert al in 2006 van de vergissing te hebben geweten, maar niet in staat te zijn geweest haar te corrigeren. (...)
Het IPCC is de voorbereidingen begonnen voor het volgende rapport, dat in 2014 moet worden gepubliceerd. Het zou verstandig kunnen zijn een pas op de plaats te maken, teneinde grootschalige institutionele hervormingen te kunnen doorvoeren. Het IPCC heeft behoefte aan richtlijnen voor het gedrag van zijn functionarissen richtlijnen die moeten kunnen worden afgedwongen. Met een beleid op het gebied van belangenconflicten, dat vergelijkbaar is met het beleid van toonaangevende wetenschappelijke adviesinstellingen, zou het voor de hand liggen dat het IPCC een nieuwe voorzitter nodig heeft. Het IPCC moet zich houden aan zijn eigen regels voor de benoeming van deskundigen en het checken van de zaken waarover het verslag uitbrengt. Het moet zijn procedures voor benoemingen transparanter maken. De zogenoemde peer review (controle door collega-wetenschappers) moet versterkt worden, waarbij de kwaliteitsgarantie voorrang moet krijgen op deadlines. Er moet een mechanisme komen voor de correctie van fouten, nadat ze al zijn gepubliceerd.
Er zullen veel verkiezingsrondes voor nodig zijn, evenals de medewerking van alle grote landen, om de problemen van de klimaatverandering definitief te kunnen aanpakken. Partijdige adviezen zullen worden ontmaskerd, slordig onderzoek zal aan de kaak worden gesteld. Nieuwe waarnemingen en theoretische inzichten zullen nieuw licht werpen op bepaalde aspecten van de huidige stand van zaken. Een klimaatbeleid dat effectief, aanvaardbaar en duurzaam is, kan alleen maar zijn gegrondvest op goede en onpartijdige adviezen van instellingen die hun wetenschap al vele decennia bedrijven. Het IPCC zou die adviezen moeten leveren, maar zijn normen zijn verwaterd, zijn procedures blijken ontoereikend en zijn geloofwaardigheid is in twijfel getrokken.
Het klimaatbeleid is belangrijk, evenals het IPCC. Het belang ervan houdt in dat hervormingen noodzakelijk zijn, voordat de reputatie van de klimaatwetenschap voorgoed is geschaad. <<
Bron:
NRC Handelsblad, 25 januari 2010