24 september 2009

'Elektrische auto stoot evenveel CO2 uit'

 

Op de opiniepagina van NRC Handelsblad betoogt de natuurkundige Guus Kroes dat de elektrische auto evenveel CO2 uitstoot als een gewone auto. ’Zet liever in op zuinige auto’s’, schrijft hij.
Een paar dagen geleden had De Volkskrant ook al een opiniebijdrage van vergelijkbare strekking van Karel van Broekhoven (elektrotechnisch ingenieur en oud-wethouder verkeer in Haarlem).
 

De bijdrage van Guus Kroes op de opniepagina van NRC Handelsblad
>> De elektrische auto is in de mode. Pers, televisie, politiek en autofabrikanten – allemaal steken ze de loftrompet op dit vervoermiddel. Op autobeurzen trekken de meest futuristische modellen aan ons oog voorbij. Sommige gemeenten willen vast beginnen met de aanleg van oplaadpunten: op naar ‘zero emission’, de CO2-vrije auto. Jammer is vooralsnog de hoge prijs, maar dat komt vanzelf goed bij massaproductie, is de gedachte.
Pijnlijk ontbreekt hierbij de kritische kanttekening dat in de huidige situatie de elektrische auto helemaal geen oplossing biedt voor het klimaatprobleem: de elektrische auto stoot net zoveel CO2 uit als een gewone auto. En bij grootschalige invoering brengt hij de elektriciteitsproductie in grote problemen.
Energie komt niet uit het niets. De elektriciteit die nodig is om elektrische auto’s voort te bewegen, moet eerst worden opgewekt. Duurzame opwekking van elektriciteit (wind, zon, biomassa) zal daaraan voorlopig nog geen substantiŽle bijdrage kunnen leveren. Afgelopen jaar was het aandeel duurzaam geproduceerde elektriciteit in Nederland 7,5 procent, waarvan de helft wind, 4 procent is kernenergie. Maar het merendeel van de opgewekte elektriciteit komt van fossiele brandstof, voornamelijk aardgas.
Wie in Nederland elektrisch rijdt, rijdt dus voor het grootste deel op fossiele brandstoffen, net als een gewone auto.
Wat gaat er gebeuren als de elektrische auto massaal wordt ingevoerd? Heel eenvoudig: de vraag naar elektriciteit gaat exploderen. Rekent u even mee op de achterkant van mijn sigarendoos? Stel heel ruw het benodigde vermogen op 35 pk (25 kilowatt). Stel de gebruikstijd per dag op 1 uur, dan verbruikt die auto 25 kilowattuur. Doe dit maal 10 miljoen (er zijn 10 miljoen auto’s in Nederland) en je spreekt over 250 miljoen kWh per dag. Per jaar is dat circa 90 miljard kWh. Een doorsnee elektriciteitscentrale (300 MW) produceert zo’n 3 miljard kWh per jaar, dus we spreken over zo’n 30 extra centrales om de Nederlandse auto’s elektrisch te laten rijden.
Tenzij we massaal inzetten op kernenergie, zullen die extra centrales gewoon weer fossiele brandstoffen verbruiken. Die centrales zetten de brandstof met een rendement van zo’n 33 procent om in elektriciteit. Verliezen in het transport (ca. 10 procent) en tijdens de opslag en het ontladen van de batterijen (ca. 20 procent) leiden dan tot een totaal rendement van ongeveer 25 procent. Ter vergelijking: een doorsnee benzineauto haalt een rendement van 20 procent in de stad en een efficiŽnte diesel op de snelweg zelfs meer dan 30 procent. Kortom, de elektrische auto maakt geen enkel verschil, hooguit een lokale reductie van CO2 (niet in de stad), maar zeker geen globale.
De ontwikkeling van elektrische auto’s gaat vele miljarden kosten. Ongetwijfeld zit daar weer veel overheidssteun tussen. De ontwikkeling van een wijdverbreid distributienet voor de oplaadstations, en van de benodigde extra elektriciteitscentrales, gaat ook veel geld kosten. De consument en belastingbetaler draaien daar voor op. Over de gevolgen van het gebruik van de onvoorstelbare hoeveelheid accu’s hoor je niemand. Lithium, het meest genoemde bestandsdeel, is schaars, cadmium en lood zijn giftig, enz.
Vooralsnog is het veel zinvoller in te zetten op zuinige auto’s. En, het beste van al blijft natuurlijk gewoonweg minder autorijden. Maar dat horen we liever niet.
Drs. Guus Kroes is natuurkundige. Hij is werkzaam als octrooispecialist in Leuven. <<

 

De opiniebijdrage in De Volkskrant van Karel van Broekhoven
>> De elektrische auto leidt niet tot een lagere CO2-uitstoot, en wordt alleen maar gepropageerd om de auto-industrie te redden
Nederland moet van minister Eurlings weer gidsland worden. Op het gebied van elektrisch autorijden dit keer. En de elektrische auto gaat alle milieuproblemen van het autoverkeer oplossen. Het bedrijfsleven kan een flinke opsteker incasseren en we worden ook nog eens minder afhankelijk van olie-import. Dat schrijft de minister in zijn ‘Plan van aanpak elektrisch rijden’ van begin juli.
Een flinke stapel rapporten van respectabele onderzoeksinstituten als TNO, ECN en WNF moet dit verhaal ondersteunen. Allemaal hebben zij zeer optimistische verwachtingen over de afname van de CO2-uitstoot als we massaal overstappen op de elektrische auto.
Wie op zoek gaat naar de berekeningen en onderbouwingen van die optimistische conclusies raakt echter verdwaald in een ratjetoe aan vaak willekeurige aannamen. Regelmatig wordt verwezen naar andere rapporten, die ook weer doorverwijzen. De rapporten praten elkaar na zonder de kern van de zaak behoorlijk te onderzoeken.
Toch leert een eenvoudige redenering dat elektrisch rijden niet minder energie kost dan rijden op diesel. Opwekking van elektriciteit heeft in Nederland immers een rendement van nog geen 50 procent.
Die elektriciteit moet dan nog worden getransporteerd naar het stopcontact, opgeslagen in een batterij, er weer uitgehaald en tenslotte door een elektromotor in een beweging van de wielen worden omgezet. Daarbij gaat steeds wat energie verloren. Uiteindelijk komt 35 procent van de energie in de wielen terecht. Dat verschilt niet noemenswaard van een dieselmotor, die een rendement van 40 procent kan halen en waar alleen nog een versnellingsbak zorgt voor wat energieverlies.
Scherpslijpers rekenen nog een extra verlies voor de productie van diesel uit aardolie. Maar zij vergeten dat ook het transport en de voorbewerking van kolen en gas veel energie kost, voordat ze de elektriciteitscentrale hebben bereikt. Wat in geen enkel rapport wordt meegerekend, is dat de elektrische auto minstens 200 kilo aan accu’s moet meeslepen en dat kost extra energie.
En ’s winters moet de auto verwarmd worden. Dat gebeurt bij de diesel met afvalwarmte van de motor, wat dus geen energie kost. Bij de elektrische auto moet dat uit de accu komen, en kost het 10 procent extra energie.
Alle rapporten maken een essentiŽle redeneerfout met betrekking tot duurzame elektriciteit. Men stelt eenvoudig dat, als in een zeker jaar 20 procent van de stroom duurzaam wordt opgewekt, elektrische auto’s dus voor 20 procent duurzaam rijden. Dat lijkt logisch, maar is fout, want die duurzame stroom wordt eenvoudig weggehaald bij de andere elektriciteitsgebruikers.
Er wordt namelijk niet meer wind-, zonne- of andere elektriciteit opgewekt bij de aankoop van een elektrische auto. Uiteindelijk moet de elektriciteit voor die auto’s gewoon uit centrales komen. De conclusie is dat elektrische auto’s geen vermindering van uitstoot tot gevolg hebben.
Deze conclusie geldt ook als het aandeel duurzame stroom 80 of zelfs 100 eenheden was. Pas als alle ‘vaste’ gebruikers (huishoudens, fabrieken, kantoren) groene stroom gebruiken, heeft het zin de moeilijke weg in te slaan van het opslaan van stroom in accu’s om daar auto’s op te laten rijden.
Tot die tijd kan men elektriciteit beter gebruiken voor stationaire gebruikers, die gewoon met een snoer aan het net vastzitten, en olie voor mobiele gebruikers.
Het zou anders zijn als er een extra investering gedaan zou worden in wind- of zonnestroom voor elke elektrische auto. Dit zal niet gebeuren, vanwege de kosten die daaraan verbonden zijn. Per auto zouden dan immers tienduizenden euro’s in windparken of zonnecentrales gestoken moeten worden.
Waarschijnlijk wordt er wel een extra investering in kerncentrales gedaan, want ook die beschouwt men (ten onrechte) als duurzaam.
Er zitten er wel enkele voordelen aan elektrisch rijden. De uitstoot van schadelijke stoffen, zoals stikstofoxyden en fijnstof, wordt minder. Die uitstoot vindt plaats in de stad en op de autoweg, waar mensen het inademen. De elektriciteitscentrales stoten ook schadelijke stoffen uit, maar staan vaak verder buiten de bebouwing. Dit is echter slechts een beperkt voordeel, afgezet tegen alle nadelen van de auto, zoals de vele doden en gewonden in het verkeer, het ruimtebeslag, de versnippering van landschappen door asfalt, die met de komst van de elektrische auto niet verbeteren.
Wil men de mobiliteit vergroenen, dan kan men beter minder auto’s en meer openbaar vervoer laten rijden. Waarom wordt er dan toch zo’n poeha over elektrisch rijden gemaakt? Het antwoord is verbluffend simpel en beschamend. Er is behoefte aan goed nieuws over de auto.
Mensen moeten vooral blijven rijden, anders stort een hele industrietak in elkaar. Zolang met schijnoplossingen als deze de milieubeweging en de linkse politiek zand in de ogen kan worden gestrooid, hoeven echte oplossingen, zoals forse verschuiving van auto naar openbaar vervoer, niet ter hand te worden genomen en kunnen de zittende captains of industry nog even verder varen met hun verouderde industriŽle vloot. Goed nieuws wordt graag geloofd. De elektrische auto als groenwasmachine van asfalt.

Karel van Broekhoven is elektrotechnisch ingenieur en was wethouder verkeer in Haarlem. <<

 

 

 

Bron:
NRC Handelsblad, 23 september 2009   
De Volkskrant, 20 september 2009

 

 

 

 

 

 

terug

 

 

Het energienieuws op deze site is uitsluitend geselecteerd naar journalistieke criteria.
De selectie is geen uitdrukking van standpunten van de Energieraad.